Het waren weer eens twee wedstrijdjes ouderwets Europees voetbal. Ajax Juventus en Juventus-Ajax. Wedstrijden die op papier in de Champions League thuis horen, maar toch echt in de Europa League gespeeld werden. De verwachtingen vooraf waren erg hoog gespannen. Zo hoort dat bij een club als Ajax. Winnen van topclubs was in het verleden immers niet onmogelijk gebleken. Een volle Amsterdam ArenA was dan ook de slagroom op een erg mooi affiche.
De wedstrijd kon voor Ajax eigenlijk niet beter beginnen. De vervanger van de zieke Pantelic, Miralem Sulejmani, tekende na een lange rush voor de 1-0. Er was hoop. Goede hoop. Nu was het alleen nog een kwestie van de nul houden en zelf wat proberen te creëren. Het centrum was ietwat veranderd. Niet het vaste duo Alderweireld-Vertonghen stond centraal, nee, de man in vorm, Oleguer, stond samen met Alderweireld centraal. Vertonghen werd verbannen naar de linksback-positie. Een plek waar hij het over het algemeen altijd erg goed doet.
Desondanks, een vernuftig hakje van Del Piero, bracht Juve de gelegenheid om toe te slaan. Een perfecte voorzet belandde op de kop van Amauri, die Stekelenburg kansloos liet. Het was totaal tegen de verhouding in, maar er was nog van alles mogelijk. De sfeer in de ArenA zat er nog steeds erg goed in en dat zag je ook terug op het veld. Juventus werd bij vlagen totaal weggetikt door het jonge Ajax. Tot uitgespeelde kansen leidde dat helaas niet, waardoor de 1-1 ruststand een feit was.
De tweede helft bleek een kopie van de eerste. Ajax dat het spel maakte en dat ook erg goed deed. Juventus, zo sluw als een vos, rustig wachtend op een momentje. En dat momentje kwam. Het was wederom Amauri, die na een mooie voorzet Vertonghen aftroefde in de lucht en formidabel binnen kopte. Ajax probeerde met het brengen van Eriksen nog wat, maar buiten een mooi schot op de paal van Siem de Jong, bleven grote kansen uit. De klasse van Juve was Ajax te machtig. Afgetroefd op efficiëntie. Teleurgestelde koppies na afloop. Ondanks het goede spel kreeg Ajax niet meer dan complimentjes. Complimentjes van de sterren van Juve. Del Piero, Amauri, Buffon, Chiellini, Diego, Sissoko. Stuk voor stuk geweldige voetballers. Maar Ajax verdiende meer.
De klus in Turijn leek onmogelijk. Zonder Luis Suárez een 2-0 overwinning proberen te boeken. Er was tussentijds nog wel wat positief nieuws voor Ajax verschenen. Buffon was geblesseerd geraakt op de training en kon niet spelen. In plaats daarvan stond Alex Manninger onder de lat. Enfin, het was Ajax dat het uiteindelijk moest doen. Jol koos voor een 4-4-2 formatie. Met twee spitsen in de vorm van Pantelic en Sulejmani. Geen echte vleugels dus. Een gokje, maar Jol gaf aan dat uit de analyse van
De Oude Dame was gebleken dat dit de beste keuze was.
Net zoals vele mensen zat ik voor de buis. Net Psv uitgeschakeld zien worden door HSV en nog steeds hopend op een goed resultaat voor Ajax ging ik de wedstrijd in. Al snel bleek dit ijdele hoop te zijn. Zo'n beetje iedere dode spelsituatie van Juventus werd gevaarlijk. De zwakke plek van Ajax werd keer op keer gevonden, maar afgestraft uiteindelijk niet. Het kwetsbaar zijn in de lucht heeft Ajax al vaker dit seizoen de das om gedaan. Bij Juventus lopen er minstens acht bij die langer zijn dan 1.85. Bij Ajax zijn dat er misschien maar drie. Het grote verschil werd dan ook gemaakt op fysiek gebied. Echte beren, tanks, heeft Ajax eigenlijk niet. Juve heeft met Sissoko, Amauri, Chiellini al twee tanks die de boel dicht houden en Amauri die kan scoren. Van den Boog roept al een lange tijd om een echte beer, maar de financiële situatie van Ajax maakt het vinden van zo'n jongen er nou niet gemakkelijker op. Laat staan het aantrekken ervan.
De tweede helft was een stuk beter van Ajax-kant. Er werd gevoetbald. Tot echte kansen kwam het eigenlijk niet. Om nog wat te proberen bracht Jol Suk, Emanuelson en Rommedahl in, om in het resterende deel van de wedstrijd toch maar van de ruimte op de vleugels gebruik te maken. Gevaarlijker werd Ajax wel maar Juventus wist met enige eenvoud de boel toch dicht te houden. De beste kans kwam van de slof van Emanuelson, die na een afvallende bal net naast de paal volleerde.
De 0-0 was geen slecht resultaat, maar niet genoeg voor de volgende ronde van de Europa League. De uitschakeling was een feit. Je kan spreken van een clichematisch 'maatje te groot', en al met al was het dat ook wel. Gegokt maar verloren. Gestreden hebben ze zeker. De volgende ronde is jammerlijk in de thuiswedstrijd verloren, maar we kunnen trots zijn op onze jongens en met opgeheven hoofd kunnen we ons gaan richten op de wedstrijd van komende zondag.