Geschreven door Wouter Pennings – Uitgave: 06 december 2009 21:50 – Bron: Ajaxinside.nl

Klimaatcrisis of niet, de tijd van natte en koude velden is nu toch wel aangebroken. En dan voel je hem natuurlijk al aankomen: Ajax speelt dan weer voor sinterklaas. Net als de goedheiligman zelf het land uit vertrekt op zoek naar de zon, zijn het de Godenzonen die hun eigen jutezak met zorgvuldig vergaarde punten binnenstebuiten keren.

Hoewel de selectie elk jaar weer een make-over krijgt die ze zelfs bij de modepolitie te ver zouden vinden gaan (echt veel beter wordt het trouwens nooit), is er bij Ajax altijd één ding hetzelfde: de decembermaand is de cadeautjesmaand. Het is nog niet eens zo dat de spelers – of wie dan ook – opzichtig lopen te schutteren of de weg naar het doel wagenwijd openzetten met veel te naïef spel.

Nee, het Amsterdamse weggeefsyndroom ligt veel dieper verborgen. Natuurlijk waren de omstandigheden in het voordeel van FC Utrecht zondag, waar een angstaanjagend haatvol publiek hun derderangs broodvoetballers tot grote hoogten brulde. En uiteraard stond de defensie van trainer Ton du Chatinier gewoon zeer degelijk en als een huis. Maar toch kon je op je klompen aanvoelen dat er bij Ajax gewoon ‘iets miste’.

Zouden nadat Feyenoord, Heerenveen en Vitesse op dodelijke wijze in slaap zijn gesust door het fantastische ‘Don’t worry, ‘couse every little thing ‘s gonna be allright’ uit Three Little Birds van Bob Marley, dat nu ook onze eigen jongens zijn overkomen? In elk lijf-aan-lijf-duel waren de krachtpatsers uit de Domstad een stukje alerter en ook een aantal kansen voor het doel kregen niet de scherpe afwerking die ze verdienden.

Maar net zoals bijna elke decembermaand leek er ook nu al bij voorbaat iets van machteloosheid over Ajax te hangen. Een soort koude waas die alle extra energie blokkeerde, die nodig was om door te pakken en een tandje bij te schakelen. Loopacties waren weer ver te zoeken en ook de durf om dan maar een inspeelpass af te leveren bij iemand in de driedubbele dekking ontbrak.

Dan praat je dus over jongens die bijna allemaal uit de Ajax-jeugdopleiding komen, die worden zo hard aangepakt dat ze vanaf hun zevende jaar elke avond moeten oefenen met paps en mams. Papa houdt zoon in een ferme houdgreep, schuift bovendien aan de andere kant wat stoelen en tafels aan voor extra blokkade, en mama moet zo hard mogelijk de bal aangooien (want schieten kunnen moeders meestal niet), net zolang tot de jongen zich in een vloeiende beweging los kan maken en met de bal aan de voet geplakt zo de trap op kan rennen naar boven.

Als het lef om die vaardigheden tentoon te spreiden er nu ook was geweest, hadden de goede loopacties van Luis Suárez en Marko Pantelic kunnen leiden tot opnieuw een klinkende overwinning. Maar de middenvelders gaven vooral niet thuis. Enoh, Aissati, De Zeeuw, stuk voor stuk waren ze de mindere van hun equivalenten aan Utrecht-zijde. En dus zorgden zij voor een asgrauwe dag, want weer dreigt onze kampioensschaal ergens anders te belanden. Die onverstaanbare gasten van de Bunnikside en de andere tribunes riepen daar althans al iets over. ‘Helemaal niets in Amsterdam’, of zoiets.

Als het zo doorgaat in ieder geval wel. Dan heeft de wit-rood-witte sinterklaas alles wat hij heeft alweer geschonken aan de minder bedeelden. Maar dat durfde ondergetekende uiteraard niet hardop te roepen vanuit een vak vol mensen die meer bezig zijn met de haat naar Ajax toe dan de liefde voor hun eigen club. Het uitvak was helaas iets te snel uitverkocht.  

Reageren op dit bericht