Geschreven door Martijn Ruiter – Uitgave: 12 juli 2010 23:40 – Bron: Ajaxinside.nl

De zomer van 2010. Naast de standaard sportevenementen Critérium du Dauphiné, Ronde van Zwitserland, Roland Garros en Wimbledon was het tijd voor iets groots. Geen Olympische Zomerspelen, maar het Wereldkampioenschap voetbal. Waar ik voorheen strak stond van de spanning tijdens de wedstrijden van Oranje, keek ik nu vooral naar een selecte groep.

Ik heb van het WK genoten. Niet van die goal van Giovanni van Bronckhorst, of het sambadansje van Siphiwe Tshabalala. Ik genoot van de Amsterdamse inbreng.

Maarten Stekelenburg, wat een vent! Ik heb jarenlang gedacht, wie is hij? Wat kan hij? In Zuid-Afrika is het mijn volkomen duidelijk geworden. Maarten Stekelenburg, hij mag nooit meer in de schaduw staan van Edwin van der Sar. Steekie staat er naast, slechts de drie centimeter aan lengte maakt Van der Sar groter. Ik vond hem fabelachtig, echt grandioos. Ik kan niet veel meer lovende woorden vinden, dan had ik ze nu genoemd. Twee maal een strafschop tegen, daar kan je als doelman niets aan doen. De goal van Robinho en Iniesta, geen keepersfout. Het schot van Diego Forlan, oke. Dat zag er niet al te florissant uit, maar de Uruguayaan heeft patent op schoten als deze. Stekelenburg is magna cum laude geslaagd voor de eerste grote internationale test in zijn carrière. Mocht Ajax zo gek zijn om hem te verkopen, dan moet er heel veel geld op tafel komen. Ajax levert geen eerste doelman in, maar een zeer belangrijke dragende kracht. Een puntenpakker, dat staat als een paal boven water.

Zo speelde bij Oranje ook ene Gregory van der Wiel. Jong, flamboyant en zeer aanvallend ingesteld. Van der Wiel, nog maar anderhalf jaar een vaste kracht van Ajax. Nog maar een half jaar een vaste kracht van Oranje. Hij stond er. Ervaren mannen als Boulahrouz en Ooijer ten spijt, Van der Wiel was onomstreden. En terecht. Nu al in de interesse van Bayern München en Chelsea. Voor vijfentwintig miljoen zou ik niet twijfelen. Echter is het een volle klap in het gezicht van onze Griekse God. De jonge Amsterdammer groeide per maand meer. Waar de kritiek veelal op zijn defensieve kwaliteiten wezen, was Van der Wiel op het WK verdedigend zeer sterk. Demy de Zeeuw speelde ook op het WK, hij beet zich echter iets teveel vast in de droom het WK te winnen. De gevolgen zijn bekend, Demy bij de tandarts en de titel naar Spanje. Genoeg daarover.

Ik genoot ook van Nicolás Lodeiro. Hij debuteerde op het WK, scoorde binnen de minuut een gele kaart wegens praten en een kwartier later kon hij de kleedkamer opzoeken. Een onhandige tackle zorgde voor zijn tweede prent. In dat elftal maakte ook Luis Suárez indruk. In de groepsronde de schaduw van Forlán, in de finaleronde de grote man. Tegen de Zuid-Koreanen was hij geniaal. Twee goals, een beauty. Zijn spelvreugde maakt iedere voetballiefhebber blij. Een ronde later laat hij zien wat passie is. Alles voor je team. Zijn actie is bekend, zijn reactie iets minder. In de catacombe werd de Ajacied helemaal gek van vreugde toen hij Asamoah Gyan de strafschop mistte. Geweldig, wat een emotie. Dat maakt de sport zo mooi. Helaas mistte Suárez de halve finale, een gelukje voor Oranje.

Ook het kortte optreden van Pantelic, Enoh, Rommedahl en Eriksen boeiden mij. De woede van Pantelic na de uitschakeling, de vreugde van Enoh bij de goal van Eto’o tegen de Denen en vooral het spel van Rommedahl in diezelfde wedstrijd. Het jonge koppie van Eriksen tegen de Japanners en de Nederlanders. Het stelt een Ajacied tevreden. Want we mogen als Amsterdammers best tevreden zijn. Iedere Ajacied heeft zijn verhaal, iedere Ajacied kende een goed WK. Helaas geen winnaar, maar wel heel veel trots.  

Reageren op dit bericht