Geschreven door Wouter Pennings – Uitgave: 09 november 2009 02:23 – Bron: Ajaxinside.nl

Na drie rondjes door het Twentse land en omstreken, waarbij de plaatselijke snelwegen keer op keer zijn afgezet om de stoet bussen met Ajax-supporters voor te laten gaan zijn we vlak voor de aftrap aangekomen op de parkeerplaats van de Grolsch Veste. Het lijkt wel alsof er zonder politiebegeleiding niet eens meer kan worden ingeparkeerd door die buschauffeurs en zelfs mét gaat het al moeilijk genoeg. Het lijkt uren te duren, maar dan mogen we toch eindelijk uitstappen.

De ergernis over dat achterlijke en omslachtige gedoe om supportersrellen te voorkomen is nog niet voorbij of de wedstrijd begint dus al, met alle gevolgen van dien voor de gemoedstoestand van de meeste diehards. Met een blik die kruist tussen wanhoop en spot buigt een man al zo lang als de tweede helft duurt voorover, alsof de spelers op het veld hem dan letterlijk kunnen verstaan. “Héééy, Enoh, wat ben jij een teringlijer! Ga eens wat doen! Je kan alleen maar ver-de-di-gen, gódverdómme!”

De Kameroense balafpakker speelde inderdaad niet best. Het leek alsof in het in Afrikaanse land al Sinterklaas wordt gevierd, zoveel ballen leverde Eyong Enoh in bij de tegenstander. Gregory van der Wiel moest het al in de eerste helft behoorlijk ontgelden. “Greg, wat doe je nou!? Speel die bal eens af, jezus christus! Wil het weer veel te mooi doen, moet je nou kijken!”

Ajax kon tegen FC Twente de koploper achterhalen, maar in plaats daarvan werd het zelf op een dubbele achterstand gezet. De duurste ploeg van de Eredivisie zit alwéér, voor het zesde seizoen op rij (!), in een moeilijke achtervolging op het kampioenschap en op zichzelf.

PSV kocht slim in en verdedigde zich vier keer op rij naar de titel, terwijl AZ met een ploeg die bestond uit voor weinig geld gekochte en met wurgcontracten gebonden spelers verleden jaar oppermachtig was. Dit jaar is FC Twente, dat voor een habbekrats een heel leuk ploeggie bij elkaar heeft geharkt, verreweg de meest constante formatie op de vaderlandse velden.

En Ajax? Dat moest jammer genoeg na een kwartier spelen verder zonder spits, want Pantelic werd vervangen door Miralem Sulejmani. De kleine Serviër werd weliswaar eerst nog toegezongen door het bomvolle uitvak, waar mensen elkaar zoals altijd weer op de trappen verdrongen. Maar de mopperende man spreekt de kleine ‘Mickey’ toe alsof het zijn bloedeigen zoon is. “Hé Sulejmani, wat ben jij een ergernis zeg! Doe eens méé. Ja, blijf maar weer achter je man”, met vanzelfsprekend een orkaan van scheldwoorden erachteraan, doorspekt met godverdomme’s en jezus christussen.

“Wat zijn jullie een stelletje sukkels!” Ditmaal is het even niet Ajax, maar een groep supporters zelf die onderwerp is van de hoon. “En maar blijven kankeren op Pantelic die elke bal tenminste vasthoudt! En maar blijven janken over die Dario Cvitanich die helemaal niets kan, laat staan een bal vasthouden!! Gódverdomme! Rot toch op!” De van woede kokende supporter heeft blijkbaar een uitgesproken voorkeur voor wie er in de spits moet staan. Van Cvitanich ontbrak trouwens wederom ieder spoor.

“Zijn we daar nou godverdomme zes uur geleden voor uit Amsterdam vertrokken? Om nul schoten op doel en nul geslaagde acties te bekijken? Wat een ellende, we kunnen er net zo goed mee stoppen”, is een ander veel gehoord commentaar tijdens de wedstrijd in Enschede. Ajax staat met 1-0 achter door een gigantische dekkingsfout van Van der Wiel, maar er is niemand die de spreekwoordelijke handschoen oppakt en de schouders eronder zet, waardoor Twente alles makkelijk kan verdedigen. Tot ongenoegen en frustratie van alles met Ajax-bloed. Maar dat is overbodig te zeggen.

De sfeer blijft daarom kil. Los van elkaar moppert en zeikt iedereen er een beetje op los, liedjes komen nauwelijks van de grond. Pesterig zingen de Twentse supporters, die voor de verandering eens wat aandacht besteden aan de bezoekende partij, dat er helemaal niets is in Amsterdam. Fluittonen die klinken als gillende keukenmeiden en andere vuurpijlen herinneren nog lichtjes aan de vuurwerkramp, maar deze provocatie van Ajax-zijde bloedt nog sneller dood dan het spel van de Godenzonen.

Geen waardig schot op doel gelost na rust en geen schietkans gecreëerd. Om over mooie acties en combinaties maar te zwijgen. Dan moet je met het mes tussen de tanden spelen, je voet er ten allen tijden gewoon tussen prakken. Het been nooit en te nimmer terugtrekken. Maar behalve de weer perfect spelende Toby Alderweireld is er niemand die dit credo omzet in daden. En dus, hoewel ze er niets mee te maken hebben, zijn jezus christus en god de meest gehoorde namen op de tribune. Het scheelt dat terug bij de ArenA er wel in één keer kon worden ingeparkeerd.  

Reageren op dit bericht