“Een spits. Waar vinden we een spits.” Met die prangende vraag loopt Marco Van Basten in 2008 rond als pas beginnend Ajax-trainer. Van Basten heeft met Suarez-Huntelaar-Sulejmani een voorhoede om van te watertanden. But nothing lasts forever. Onderhands was er al een plan gesmeed om Huntelaar die winter te verkopen. Het is notabene Sulejmani’s zaakwaarnemer Lemic die ‘the go in between’ is van die uitgedokterde deal. Landgenoot Pedrag Mijatovic, die de technische scepter zwaait bij Real Madrid, wordt er zelf ook wat euro’s wijzer van, een vriendendienst is zo geregeld.

Scouts worden aan het werk gezet. Al snel is Van Basten teleurgesteld in de teruggestuurde rapporten. Met name Felix Gasselich, gestationeerd in de regio Oostenrijk-Slowakije-Hongarije, krijgt er van langs. ”Waarom hebben wij die Sebastian Prödl niet eerder in het vizier gehad?” De Oostenrijks international heeft op dat moment net een transfer van Austria Wien naar Werder Bremen gemaakt voor 2,5 miljoen euro. Van Basten besluit het weinige vertrouwen die hij nog in de scouting had op te geven. Na informeren bij Barcelona-trainer Frank Rijkaard haalt hij Oleguer op.

Maar de spits. Wat doen we met de spits? Op dat moment dient Søren Lerby zich aan. Samen met Sjaak Swart bestiert hij dan al enige tijd niet onsuccesvol het zaakwaarnemersbureau Essel Sports. Twee diamanten mag hij begin jaren 2000 tot zijn stal rekenen: Wesley Sneijder en Rafael Van Der Vaart. Lerby behoudt het tweetal via een meesterzet. Beide vaders vormen onderdeel van het management van hun talentvolle zonen en houden dus ook wat over. De andere kant van Essel vormt Sjaak Swart, het clubicoon die nog altijd veel op De Toekomst te vinden is. Met zijn goede contacten en goed oog weet hij menig jong talent aan zich te binden. Het is ook Ajax zelf die vragende ouders doorverwijst naar het bureau. In tegenstelling tot Mino Raiola of Rodger Linse weet Essel ook mee te denken met het symbiotische belang tussen club en speler. Met spelers als Anastasiou, Heitinga, Vermaelen en talloze anderen heeft Ajax ondertussen een goede verstandhouding. Essel is in 2008 al even ‘vast huisbureau’ bij Ajax en weet dan een geheel nieuw type opdracht binnen te halen.

Essel gaat voor Ajax scouten. Of nouja, Essel kent de weg wat beter in Zuid-Amerika waar het onderhandelingsspel een vak apart is. De juiste mensen kennen, inpakken, weten wanneer te callen of folden. Het pokerspel dat de transfermarkt is is Lerby op het lijf geschreven. Al snel weet Essel via eigen medewerkers Ajax ook op het spoor te zetten van een interessant target. Dario Cvitanich. De Argentijn laat het net regelmatig bollen bij Banfield. Marco Van Basten stuurt rechterhand Rob Witschge om de spits nog een paar keer te bekijken. Ajax gaat akkoord en Lerby helpt de zaak regelen. Gelukkig staat de dollar laag waardoor 11 miljoen dollar maar 7 miljoen euro blijkt. De koek voor Lerby? Hij neemt de belangen van Cvitanich waar als zaakwaarnemer.

Ajax blijft graag zaken doen met Essel Sports in 2008. Vaak biedt het kantoor interessante spelers aan. Ogjen Vukojevic van Dinamo Zagreb is ook zo’n naam. De Kroaat maakt indruk als verdedigende middenvelder. Ajax toont interesse maar ziet de kaas van het brood gegeten worden door Dinamo Kiev. Eens te meer blijkt Essel een rol te spelen bij het transferbeleid van Ajax. Met een goed en gericht oog heeft Lerby al kunnen zien dat Dries Mertens leuk kan ballen. Ajax toont geen interesse in de speler van AGOVV. Later bij Utrecht wordt Mertens weer genoemd als target. Het is dan Sjaak Swart die er in de winter in de media op hamert dat Ajax buitenspelers moet halen. Ajax gaat uiteindelijk niet overstag en Mertens belandt bij PSV. Niet toevallig trekt Ajax korte tijd later wel Derk Boerrigter (eveneens Essel) aan.

Ajax beweegt zich graag op de Nederlandse markt en spelers van Essel hebben doorgaans een streepje voor. “Daar is geen gezeik mee.” In 2012 vindt Niklas Moisander zo zijn transfer van AZ naar Ajax. Binnen de A-selectie heeft Essel dan al meer pupillen die ook aan de deur kloppen. De jonge Viktor Fischer verbaast vriend en vijand door in De Klassieker te scoren. Davy Klaassen heeft wat meer tijd nodig om indruk te maken maar verzilvert in 2017 voor 27 miljoen een transfer naar Everton als een van Ajax’ duurste spelers ooit. Zuid-Amerika, in 2013 nog omschreven als een no go area voor Ajax door Marc Overmars, wordt in de zomer van 2016 het toneel van nieuw transfergeweld. Ajax legt niet minder dan 12,5 miljoen euro neer voor twee Colombianen. Het is Essel dat Ajax achter de schermen opnieuw ondersteuning biedt. De onderhandelingen moeten worden gevoerd en de juiste voorwaarden gecreëerd. Essel zorgt ervoor.

Dat het Ajax in Zuid-Amerika aan een echt netwerk ontbreekt is al langer duidelijk. Ook bij de komst van Mauro Rosales hielp Essel al eens een handje. Het was Mino Raiola die op een andere manier Zuid-Amerikanen aan Ajax weet te slijten. Als vriendendienstje laat Martin Jol zijn eigen zaakwaarnemer Ze Eduardo en Kerlon bij Ajax parkeren. Spelers die bij een club onder contract staan die alleen op papier lijkt te bestaan. Eigenaar van die club? Opnieuw Mino Raiola. Het tekent Ajax’ zwakte in die tijd. Maar dat er sindsdien weinig netwerk is opgebouwd moge duidelijk zijn.

Deze zomer kijkt Ajax opnieuw in Zuid-Amerika rond. Ajax en PSV worden al enige tijd in verband gebracht met een rechtsback van het Colombiaanse Deportivo Cali. Deze Luis Manuel Orejuela is niet toevallig al een speler die bij Essel Sports vastligt. Wat is daar relevant aan? Misschien niet veel, bekend is wel dat Søren Lerby een dag geleden een vliegtuig heeft genomen naar Colombia. Waar rook is is vuur. Het zou zomaar kunnen dat Orejuela naar Ajax komt of dat Lerby facilitateur is van een andere deal die Ajax wil rondmaken.

Geschreven door: Pushkin. (meer op het forum)

Forum: Ajax: Seizoen 2017/18 (Lid worden? Klik hier!)

Reageren op dit bericht