Klaas Jan Huntelaar keerde in de zomer van 2017 terug bij Ajax. Hij werd gehaald als backup spits voor Kasper Dolberg, maar kwam in de afgelopen seizoenen maar liefst 75 keer in actie in een officieel duel en niet zonder succes. Want de spits maakte ook nog eens 36 doelpunten. Elke keer is Huntelaar in het veld komt, oogt hij gretig. En hoewel hij inmiddels goed om kan gaan met een plek op de bank, vindt hij nog altijd dat hij moet spelen. “Ik denk er wel zo over, natuurlijk”, zegt hij tegenover De Telegraaf.

“Het zou niet slim zijn om ‘oneens’ te zeggen”, antwoord hij op de stelling of hij altijd moet spelen. “Ik heb er niet meer begrip voor dan vroeger als ik niet speel, maar ik neem het zoals het is. Ik sta er iets relaxter in”, aldus Huntelaar. “Ik heb wel een iets bredere blik. Als je jong bent, ben je iets meer op je eigen carrière gefocust: jezelf verbeteren, het maximale eruit halen. En als je iets ouder bent, krijg je iets van beide.” Huntelaar is weleens bestempeld als ‘moeilijke bankzitter’. Daar is hij het niet mee eens. “Er is in het verleden, zeker na het EK in 2012, een beeld van me geschetst, waar ik het niet mee eens was. Maar ik heb nooit de behoefte gevoeld om me te verdedigen.”

Huntelaar maakt ondanks zijn inmiddels 36 jaar nog altijd veel doelpunten. “Het gaat om ritme en hoeveel speeltijd je krijgt. Als je minder speelt, word je wat onrustiger. En gehaast zijn, is niet goed voor een spits. Wat me wel helpt, is dat ik veel situaties in het veld al heb meegemaakt. Daardoor beslis je op gevoel en ervaring en dan blijkt het vaak de goede keuze. Ik kan me items op tv en artikelen herinneren, waarin nog niet zo lang geleden werd gevraagd of iemand zijn doelpunteninstinct kan verliezen. Dat kan niet trouwens.”

Reageren op dit bericht