Ruim eenderde van de competitiewedstrijden eindigde dit seizoen in een gelijkspel voor Ajax. En dat zegt eigenlijk alles. Niet de nederlagen, dat zijn er maar een paar, maar het onvermogen om wedstrijden naar zich toe te trekken wanneer de tegenstander besluit om in te zakken en de ruimtes dicht te gooien.
Ajax scoorde gemiddeld bijna twee keer per wedstrijd en heeft de op drie na beste verdediging van de competitie. Toch voelt het seizoen als onaf. De reden? Wanneer ploegen zich ingraven, heeft Ajax te weinig antwoorden.
Wat bedoelen we met een defensieve tegenstander?
Een defensieve tegenstander is niet per definitie een slechte ploeg. Het is een team dat bewust kiest voor een laag blok: compacte linies, weinig ruimte tussen verdediging en middenveld, en de nadruk op het afsluiten van de doorgangen naar het strafschopgebied.
Het doel is simpel: de tegenstander dwingen om van afstand te schieten, om de bal zijwaarts te spelen, om ongeduldig te worden. In de Eredivisie doen steeds meer clubs dit tegen Ajax, simpelweg omdat het werkt. Waarom zou je open meevoetballen tegen een ploeg die technisch sterker is? Liever de boel dichttimmeren en hopen op een counter of standaardsituatie.
Waarom Ajax moeite heeft met compacte ploegen
Het probleem bij Ajax is niet dat het geen kansen creëert. Het probleem is het type kansen. Tegen ploegen die diep verdedigen, komt Ajax zelden tot situaties waarin een aanvaller alleen voor de keeper verschijnt. Het zijn schoten van de rand van het zestienmetergebied, koppen uit hoekschoppen, pogingen na korte combinaties die net niet helemaal uitkomen. Ajax produceert veel schoten; gemiddeld ruim veertien per wedstrijd, maar tegen een laag blok zijn het vaker halve dan hele kansen.
Dat zie je terug in de resultaten. Van al die gelijke spelen eindigden er meerdere in 0-0 of 1-1, vaak tegen tegenstanders die op papier een stuk minder zijn. Het is het patroon van een ploeg die wel kan domineren, maar niet kan breken. Teams die tegen een laag blok spelen creëren vaak minder grote kansen, dat geldt niet alleen voor Ajax. Dat patroon zie je niet alleen op het veld, maar ook terug in onderliggende cijfers. Ook bij Vbet wordt zichtbaar dat veel balbezit en schoten niet automatisch leiden tot grote kansen.
Het gebrek aan ruimte tussen de linies
Ajax speelt met veel balbezit en probeert via korte combinaties het strafschopgebied te bereiken. Het probleem is dat wanneer een tegenstander twee compacte linies van vier neerzet, de ruimte tussen de verdediging en het middenveld verdwijnt. En juist in die ruimte moet Ajax het hebben. Spelers als Mika Godts (dit seizoen topscorer) en de creatieve middenvelders zijn op hun best als ze de bal kunnen ontvangen tussen de linies, met het gezicht naar het doel. Als die ruimte er niet is, worden ze gedwongen om de bal terug te spelen of naar de zijkant te gaan, waar de dreiging een stuk minder is.
Tempo, creativiteit en oplossingen
Wat opvalt bij het eerste elftal van Ajax dit seizoen is dat het tempo van de aanval te voorspelbaar is. De bal gaat van links naar rechts en terug, zonder de plotselinge versnelling die een verdediging uit positie brengt. Het ontbreekt niet aan technische kwaliteit, want die is er in overvloed. Maar aan het moment waarop iemand de pass speelt die het verschil maakt. Een steekbal door het hart van de verdediging, een dieptepass achter de laatste lijn, een individuele actie die twee verdedigers uit het spel neemt. Dat zijn momenten die je niet kunt trainen in een schema. Ze vragen om lef, om timing, om spelers die durven te kiezen voor de moeilijke optie.
De uitwedstrijden illustreren dat. Ajax heeft uit de laatste thuisduels behoorlijke resultaten gehaald, maar uit speelde het drie keer gelijk op rij in de Eredivisie. Niet omdat de tegenstander beter was, maar omdat Ajax niet in staat was om het slot van de deur te krijgen. Het balbezit was er, de schoten waren er, de doelpunten niet.
Wat Ajax moet veranderen om dit te doorbreken
Er zijn geen makkelijke oplossingen, maar er zijn wel patronen die Ajax kan verbeteren. Ten eerste: diagonale ballen. In plaats van steeds horizontaal te spelen, moet de bal vaker schuin het strafschopgebied in. Dat dwingt verdedigers om te draaien en creëert de halve meter ruimte die een aanvaller nodig heeft. Ten tweede: meer beweging zonder bal. Als de aanvallers op één lijn blijven staan, is het voor een georganiseerde verdediging relatief eenvoudig om ze in de gaten te houden. Wisselposities, dieptelopers, spelers die uit de muur wegtrekken, dat is wat nodig is.
En ten derde: geduld combineren met scherpte. Te veel geduld leidt tot risicoloos rondspelen. Te weinig geduld leidt tot balverlies en counters. De kunst is om twintig minuten geduldig op te bouwen en dan in één moment de versnelling te vinden die de verdediging openscheurt. Dat klinkt simpeler dan het is, maar het is precies wat het verschil maakt tussen 48 punten en een stuk meer.